Coalities

Coalities en allianties tot stand brengen

Alleen door samenwerking pakken we de grote maatschappelijke vraagstukken aan. Meerdere gecoördineerde interventies op verschillende plekken binnen verschillende beleidsdomeinen zijn daarvoor nodig.

En als je geen coalities kunt bouwen, dan blijf je alleen.

Hieronder wat voorbeelden van hoe ik hierin te werk ga.

Klik hier voor voorbeelden van analyseren en ordenen van maatschappelijke vraagstukken.

Klik hier voor voorbeelden van plannen omzetten naar concrete handelingen.

Raadscoalitie 2015

In 2014 formeerde de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg een coalitie van Gemeentebelangen, VVD en D66. In de zomer van 2014 bleek dat een ‘prestigeproject’ van VVD een groter tekort had dan aanvankelijk door VVD werd voorgehouden. In december besloot Gemeentebelangen VVD uit de coalitie te zetten. En in februari 2015 een nieuwe coalitie van Gemeentebelangen, D66, PvdA en GroenLinks trad aan.

Toen in de zomer de spanningen in de coalitie duidelijk werden, beraadde onze fractie zich op een aanpak. Het was van belang dat zou blijken dat de gemeenteraad bij eerdere financiële rapportages niet voldoende was geïnformeerd. En daarnaast wilden we een kans maken om tot de volgende coalitie toe te treden. Zou dat lukken, dan was dat voor het eerst sinds 70 jaar dat VVD geen deel uitmaakte van de coalitie. En voor het eerst sinds 40 jaar dat GroenLinks tot een coalitie zou toetreden.

We onderzochten de financiële rapportages en de verklaringen van de betreffende VVD-wethouders op zoek naar inconsistenties. Maar daarnaast gingen we met D66 en Gemeentebelangen in gesprek om alvast de optie van een andere coalitie voor te leggen. Onze collega’s van PvdA vonden dit nog veel te vroeg. Mijn insteek was om de nieuwe coalitie zo snel mogelijk te noemen, omdat er een gewenning aan het idee zou optreden. Daarnaast hielp het als zowel D66 als Gemeentebelangen zich verzekerd zouden weten van een alternatief.

De breuk had voor D66 niet gehoeven, maar omdat we zekerheid konden geven aan Gemeentebelangen dat ze hun wethouder konden behouden, besloten zij tot de definitieve breuk.

Public Affairs UWV

In 2004 kwam UWV in opspraak. Het hoofdkantoor waar de raad van bestuur zetelde, zou boven geldende normen zijn ingericht. In die periode werd ik secretaris van de raad van bestuur. De voorzitter zocht iemand die de verhoudingen met de Tweede Kamer kon verbeteren. Zes weken later werd echter de voorzitter door de minister weggestuurd. Het lukte mij in die zes weken dat niet te voorkomen.

Bij mijn komst zorgde ik er meteen voor contact met de bij mij bekende Tweede Kamerleden. UWV bleek al meer dan zes maanden dat niet te hebben gedaan. Nog vóór het vertrek van de voorzitter bezochten twee Kamerleden het nieuwe gebouw. Hoe vreemd het ook was, liet ik het de WC’s zien op de bestuursverdieping zien. Dat kwam omdat in de kranten stond dat er gouden potten waren. Dat beeld wilde ik wegkrijgen en dan moet daar een ander beeld tegenover staan.

Daarna begon ik de gang langs ministeries van Financiën, van Economische zaken en van Algemene Zaken. Geen van deze ministeries hadden eerder met UWV contact. Ook legde ik contact met leden van de SER. De gedachte was om contact te leggen met de belangrijkste beslissers in bestuurlijk Den Haag. Dan kon ik contact met hen opnemen en aangeven wat ik dacht dat er aan de hand was, als er weer een vervelend artikel in de krant stond. Daarmee hoopte ik rust te creëren en de focus te leggen op de inhoud. Het kon vervelende berichten niet voorkomen, maar wel heftige reacties in Den Haag.

De contacten met de verschillende ministeries zorgden ervoor dat afspraken konden worden gemaakt over tijdigheid van financiële rapportages en over inbreng van verwachte effecten van het aanpassen van werkloosheidsuitkeringen. De samenwerking tussen UWV en ministeries was hiermee hersteld.

Vestiging asielzoekerscentrum

In mei 2015 vroeg COA om medewerking voor het vestigen van een asielzoekerscentrum in Leidschendam. Het college was verdeeld over de komst van een azc. Ik besloot, als wethouder Welzijn, het vraagstuk naar me toe te trekken. Ik wilde niet dat het een ruimtelijke vraag werd bij mij collega van Ruimtelijke ontwikkeling of een veiligheidsvraag bij de waarnemend burgemeester. Wij spraken af om een proces te doorlopen waarbij met actieve betrokkenheid van omwonenden. Het doel was om half december een besluit te nemen.

Intussen had een belangengroep zich tegen de komst van het azc georganiseerd. Wekelijks brachten zijn een advertentie uit tegen het azc en tegen mij als wethouder. Door de toon van de advertenties en mijn rustige reactie daarop ontstond een maatschappelijke coalitie voor de komst van het azc. Zelfs mensen van wie het azc niet hoefde vonden de advertenties niet kunnen. En intussen werd duidelijk hoe de verhouding in de gemeenteraad was tussen voor- en tegenstanders. CDA bleek de doorslaggevende stem te hebben. De enige afspraak die ik met CDA hoefde te maken is om met dezelfde rust te blijven bewegen.

Na de consultatie met 550 inwoners kwam het college met het oordeel niet te kunnen meewerken aan de vestiging van een azc voor 800 personen. Maar er bleek best draagvlak voor een azc van tussen de 400 en 600 personen. Omdat ik inmiddels wist dat er een meerderheid in de raad was voor het azc konden een collega-wethouder en ik met het voorstel instemmen. En omdat het college besloot niet mee te werken aan de vestiging van een azc konden de andere twee wethouders met het voorstel instemmen.

De raad besloot tot de vestiging van een azc voor 400 personen. Echter, op het moment dat de overeenkomst met COA getekend zou worden, besloot het kabinet dat het azc niet meer nodig was.

Sociale woningbouw Rijnlandlaan

Al jaren werden geen sociale woningen meer gebouwd in onze gemeente. In de Rijnlandlaan lag gemeentegrond leeg. Daar stond een schoolgebouw. En de bedoeling was altijd dat daar gebouwd zou worden. In dat gebied werden verder nog twee scholen en een kinderdagverblijf gebouwd. Deze plannen bestonden al langer. Voor sommige buurtbewoners was de toevoeging van sociale woningbouw (zeker als er vluchtelingen zouden komen wonen) reden om zich te verzetten. Dat was voor onze oppositie reden om hier flink in mee te gaan. En onze coalitiegenoot Gemeentebelangen kon eigenlijk niet achter blijven.

Mijn collega-wethouder van D66 zou met Gemeentebelangen afspraken maken. In een periode van ziekte verving ik haar. Die afspraken bleken niet te zijn gemaakt en we naderden het moment van besluitvorming en de verkiezingen. Met Gemeentebelangen sprak ik af dat we twaalf minder woningen zouden compenseren in een ander bouwproject. In ons coalitieoverleg bleek echter PvdA hier niet mee in te stemmen. In haar verkiezingsprogramma had PvdA net een stevige inzet geformuleerd. En omdat PvdA niet instemde, deed GroenLinks dat ook niet. We spraken daarom af dat D66 en Gemeentebelangen steun zouden zoeken bij CDA.

CDA steunde het amendement van D66 en Gemeentebelangen. Echter, vijf minuten vóór de raadsvergadering wilde CDA de financiële bepaling niet steunen. Minder woningen betekende een gat in de begroting. De dekking kwam uit de algemene reserves. CDA wilde dat om electorale redenen niet. Gemeentebelangen vroeg of ik met een gewijzigd amendement kon leven. Wetende dat de nieuwe grondexploitatie hoe dan ook bijgesteld zou worden (na de verkiezingen), accepteerde ik het.

Stadscoalitie vluchtelingen

In 2016 kwamen veel vluchtelingen naar Nederland. Niet iedereen was even blij met hun komst. Bij de vestiging van een asielzoekerscentrum in onze gemeenten kwam dat duidelijk naar voren. Aan de andere kant, bij een tijdelijk noodopvang, dienden zich juist heel veel vrijwilligers aan – meer nog dan het aantal vluchtelingen op dat moment.

Mijn hoop was dat die welwillende vrijwilligers zich ook langduriger voor vluchtelingen die in onze gemeente kwamen wonen zouden inzetten. Echter, een gemeentelijk ‘integratiebeleid’ zou heel waarschijnlijk ook tegenstanders mobiliseren. Dat komt de integratie niet ten goede. Ook leidt het tot onnodige onrust omdat groepen in de samenleving tegenover elkaar staan.

In mijn zoektocht naar een passende oplossing, trof ik het Groot Midden-Oostenplatform. Een verzameling experts op cultureel gebied die juist de meerwaarde van vluchtelingen voor de samenleving uitdroegen. Op dat moment kwamen veel Syrische vluchtelingen naar Nederland, die gemiddeld een vak kenden of een opleiding hadden.

Hen vroeg ik een stadscoalitie te organiseren. De bedoeling was om welwillende organisaties bij elkaar te brengen om bijvoorbeeld te zorgen voor taalmaatjes. Daarnaast benaderden ze on midden- en kleinbedrijf om mogelijkheden van vakmanschap en werk te verkennen. Indien nodig, kon ik als wethouder bij verschillende activiteiten aanwezig zijn om te zorgen voor lokale media-aandacht. Vluchtelingen zouden hierdoor telkens op een positieve manier onder de aandacht komen. En omdat het uit de samenleving zelf kwam, riep het veel minder weerstand op. Een stille coalitie voor een gevoelig vraagstuk was hiermee ontstaan.

Klik hier voor voorbeelden van analyseren en ordenen van maatschappelijke vraagstukken.

Klik hier voor voorbeelden van plannen omzetten naar concrete handelingen.